De zuidkant van het buitenstedelijke gedeelte van de Via Ostiense werd vanaf de 2e eeuw v.Chr. gebruikt voor verschillende soorten graven. In de loop der tijd kwamen de graven steeds dichter bij en soms zelfs bovenop elkaar te liggen en bezetten ze steeds grotere gebieden. Aan de noordkant van deze weg liggen geen graven omdat de strook naast de Tiber als openbaar land werd beschouwd. De eerste grafmonumenten waren ommuurde ruimtes in de open lucht voor de crematies; later werden columbaria gebouwd met de asurnen in kleine nissen langs de muren. Tussen de 2e en 3e eeuw n.Chr. begroef men de doden veelal in sarcofagen van terracotta of marmer, maar ook in eenvoudige kuilen in de grond, bedekt met tegels. Volgens de bewaarde inscripties vinden we onder de eigenaren van de ongeveer zestig gevonden grafmonumenten in dit gebied magistraten en vooraanstaande persoonlijkheden uit Ostia.
Ara-cinerario (altaar met as van de overledene) door L. Valerius Firmus (Vaticaanse Musea, Museo Gregoriano Profano, inv. 10762 – foto © Musei Vaticani)