De naam van het marmer is gekoppeld aan het gebruik ervan voor de stijlen van de Heilige Deur (Porta Santa) in de Sint-Pietersbasiliek. Plinius herinnert aan het laconieke antwoord van Cicero aan de inwoners van Chios die hem trots hun ommuring van deze steen toonden: hij zei namelijk dat zijn verbazing groter zou zijn geweest als zij het Italiaanse lapis tiburtinus hadden gebruikt. Met andere woorden: een materiaal van meer bescheiden kwaliteit, maar geïmporteerd. Deze anecdote benadrukt het feit dat de macht en het prestige van Rome niet zozeer tot uiting kwamen in de esthetische waarde van de marmers die de monumenten van de stad sierden, als wel in het gegeven dat deze marmers uit de meest afgelegen provincies van het rijk kwamen.