Granito troadense werd vanaf het tijdperk van Hadrianus (117-138 n.Chr.) gewonnen in de Troas-regio, in Klein-Azië. De bekendste vindplaatsen zijn die van Yedi Taşlar en Kestanbol, waar ook nu nog gigantische schachten liggen. Het is een van de meest algemene polychrome marmers, vooral gebruikt voor zuilen voor gebouwen, portico's en zuilengalerijen van de belangrijkste steden van het Romeinse rijk. Het grijze bigio marmer, dat wordt gewonnen op het eiland Lesbos in de oostelijke Egeïsche Zee, wordt sinds het tijdperk van Flavius (tweede helft van de 1e eeuw n.Chr.) gebruikt voor platen voor vloer- of wandbekleding en zuilschachten. Het blok van grijs graniet van het eiland Elba (B) stamt daarentegen niet uit de oudheid.