Na de bouw van het stadsaquaduct in de 1e eeuw n.Chr., kreeg Ostia een hele reeks fonteinen, verspreid over zowel de openbare ruimtes als in de gemeenschappelijke ruimtes van de gebouwen. Het aanzien van deze fonteinen varieerde naargelang hun ligging en zichtbaarheid: op de pleinen en langs de hoofdwegen ging de voorkeur uit naar nymphaea en monumentale fonteinen, terwijl in de kleinere straten en in de gebouwen gekozen werd voor "kistvormige" fonteinen vanwege de karakteristieke vorm van hun dak. Dit type fontein, waarvan Ostia talrijke voorbeelden telt heeft typisch een met een tongewelf overdekte waterbak (A), dat toegankelijk is via een raam (B) en in dit geval verbonden is met een erachter liggend reservoir (C). Het water kon worden afgenomen door de zijopening met emmers of door twee openingen aan de voorkant met eronder speciale uitsparingen (D) in de vloer voor de juiste plaatsing van de houders.
Doorsnedetekening en plattegrond van de fontein in Via della Fontana
(S. Pittas, K. Mountzouridis, D. Kunavos)