Het wellicht door Apollodorus van Damascus ontworpen zeshoekige bassin dat werd gegraven in het vasteland ten oosten van de reeds bestaande haven van Claudius werd waarschijnlijk tussen 110 en 117 n.Chr. gebouwd door keizer Trajanus om de aanlanding van schepen veiliger te maken en tegelijkertijd de activiteit van de haven te vergroten. De uitbreiding van de havenfaciliteiten bracht ook de uitgraving met zich mee van het Romeins kanaal, om de zogenaamde Fossa Traiana, uit de tijd van Claudius, te verbinden met de Tiber. Het kunstmeer heeft een oppervlakte van 32 hectare en elke zijde van de zeshoek is 358 meter lang. De bodem van het bassin was geplaveid en de oevers waren glooiend, "a scarpa", om de golfbeweging te dempen. In de kades waren grote geperforeerde blokken travertijn geklemd, die dienden voor het afmeren van de schepen.