Het hoofdgedeelte van de kop van de pier werd gebouwd met behulp van houten bekistingen die werden volgestort met hydraulische mortel. Om de constructie waterpas te maken werd hierop vervolgens een tegelvloer gelegd die aan de noordzijde nu nog duidelijk zichtbaar is. De oudste betonnen kern had een bekleding van opus mixtum. Bovenop de kop zijn muurstructuren bewaard gebleven die wellicht onderdeel waren van de vuurtoren waarvan de archeoloog Giuseppe Lugli in de jaren 30 melding maakte. Tijdens een inventariserend veldonderzoek aan de voet van de noordzijde werden stratigrafieën met keramische fragmenten onderzocht die konden worden herleid naar de fasen van overstroming van de haven; ook werden muurdelen en marmeren zuilen gevonden, die waarschijnlijk vanaf het bovenste deel van de pier naar beneden zijn gestort.
Reconstructie van de kop in opus mixtum en de latere uitbreiding
(Grupo Vrbanitas Universidad de Huelva)
Fragment van de bekleding van de eerste fase van de kop van de pier
(Grupo Vrbanitas Universidad de Huelva)
Keramische materialen gevonden tijdens een inventariserend veldonderzoek aan de voet van de kop van de pier
(Grupo Vrbanitas Universidad de Huelva)