Tot de aanleg van de kustweg Via Severiana aan het begin van de 3e eeuw n.Chr. was de Via Laurentina (genoemd naar de op meerdere wijzen aangeduide stad Laurentum) de belangrijkste verbindingsweg tussen Ostia en zuidelijk Latium. De weg liep in noordwestelijke/zuidoostelijke richting en kwam de stad binnen via de poort in de zuidkant van de stadsmuren. In het stedelijke gebied vervulde de weg de functie van cardo maximus. In het buitenstedelijke gedeelte kruiste de weg de zuidelijke agrarische buitenwijk en werd hij, net als de Via Ostiense, geflankeerd door rijen van graven die elkaar zonder onderbreking opvolgden tot aan het gebied van Pianabella.