Graf 32 werd gebouwd tussen het einde van de 1e eeuw v.Chr. en het begin van de 1e eeuw n.Chr. en is een soort prototype voor de nabijgelegen columbaria, waarvan het zich onderscheidt door de aanwezigheid van een ustrinum (crematieplaats) dat grenst aan, maar gescheiden is van het hoofdgedeelte. De indeling was hetzelfde als die van het nabijgelegen graf 33. Op de voorgevel stond, in een omlijsting van baksteen en puimsteen en geflankeerd door twee reliëfs versierd met gevleugelde fallussen (inmiddels verloren gegaan) de inscriptie van de eigenaar C(aius) Iulius Pothi l(ibertus) Amethystus. De talrijke inscripties met verwijzingen naar vrijgelatenen van keizer Claudius en de aanwezigheid van arcosolia getuigen van een gebruik van het graf tot in de 2e-3e eeuw n.Chr.