Temidden van de rij van gebouwen tussen de Via Laurentina en de interne grafweg in de necropolis, springt graf 18 eruit, een kamergraf, ook wel “van de priesteres van Isis” genoemd, vanwege het fresco dat een nis in de gevel sierde. Van binnen zijn de muren versierd met fresco's met bloemen- en dierenmotieven en is het gewelf versierd met stucwerk met bustes, dansers, offertaferelen, heilige beelden en landschappen met dieren. Het graf dateert uit het einde van de 1e eeuw v.Chr. en maakt deel uit van een gravencomplex bestaande uit de graven 16 (monument in opus quadratum (vierkantwerk)), 17 en 22 (funeraire ommuringen), gebouwd door de keizerlijke vrijgelatene C(aius) Iulius Apella.
Graf 17, fragment van pleisterwerk beschilderd met een scène van een begrafenismaaltijd
(Ostia-magazijnen)