Graf 19: kamergraf, het interieur was zorgvuldig bepleisterd met een rijke picturale decoratie. Datering: halverwege de 2e eeuw n.Chr.
Graven 20 en 21: kamergraf met spleten in de voorgevel, terracotta omlijstingen en door marmeren kapitelen omlijste uitsparingen voor de opschriften. De inrichting werd bepaald door de aanwezigheid van het gemengde ritueel: arcosolia, nissen en formae. Datering: 160-170 n.Chr.
Graven 22, 23 en 24: van elkaar gescheiden door gemetselde tussenwanden. De voorgevel van Graf 23 is in een latere periode aangepast om er rouwbanketten te kunnen houden (zitting met dragers voor planken). Binnenin vinden we begraafplaatsen met arcosolia en formae. De schilderingen van Graf 22 tonen vliegende vogels en die van Graf 24 florale elementen en jachttaferelen. Datering: 200-210 n.Chr.
Graf 25: in dit graf waren alleen inhumaties voorzien. De twee pauwen in heraldische houding aan weerszijden van een vaas zijn afkomstig van de achterwand. Datering: eerste decennia 3e eeuw n.Chr.
Graf 26: binnenin zijn de arcosolia voor de begravenen en aan de rechtermuur de treden naar de bovenverdieping bewaard gebleven. Tegen de achterwand zien we een basis, waarop mogelijk een sarcofaag rustte. De voorgevel werd in een latere periode uitgebreid met een kleine porticus. De beschilderingen van de arcosolia toonden jachttaferelen, waterlandschappen en compositie-elementen met een Dionysisch thema. De met imitatie crustae (dunne marmerplaten) weergegeven geometrische motieven dateren uit de Constantijnse periode (306-363 n.Chr.). Datering: einde 2e - begin 4e eeuw n.Chr.
Graven 27 en 28: uitsluitend bedoeld voor inhumatie, met arcosolia en formae op twee niveaus. Datering: einde 2e eeuw n.Chr.