Dit badhuis uit het late Flavische tijdperk (einde 1e eeuw n.Chr.), werd in de 2e eeuw flink verbouwd om halverwege de 3e eeuw n.Chr. voortijdig te worden verlaten. Vanuit de gang aan de ingang in het nabijgelegen heiligdom van de Bona Dea bereikte men via een vestibule (A) zowel het sportschoolgedeelte als de zalen van het badhuis. Het bezoek aan dit badhuis begon met het frigidarium (ruimte voor koude baden) (B) dat was geplaveid met een mozaïek van een zwemmer, gevolgd door twee tepidaria (ruimtes voor warme baden) (C), waarvan één versierd met stucwerk, een laconicum (ruimte om te zweten) (D) en twee calidaria (ruimtes met warme baden) (E). Een grote cisterne (G) van twee verdiepingen verzorgde de watervoorziening van het badhuis, dat ook via loden leidingen door het stadsaquaduct werd gevoed.
Reconstructie van de stucversiering van het plafond van het tepidarium (lauwwarme ruimte) (Studio 3R)