Deze gebedsruimte, gewijd aan de oosterse godheid Mithra, stamt uit de tweede helft van de 3e eeuw n.Chr., en bevindt zich in een eerder gebouw met een onduidelijke functie. In deze ruimte stonden oorspronkelijk twee podia (banken) en een altaar. De mozaïekvloer beeldt een krater en een altaar met vlam af als verwijzing naar het gebruik van water en vuur tijdens het ritueel. Erboven zien we twee typische Frygische kappen. Het mozaïek van de gang is verdeeld in zeven vakken die verwijzen naar de graden van inwijding in de cultus en de daaraan verbonden planeten. In het achtste vak zien we de inscriptie die herinnert aan de gelovige bouwer (Felicissimus) van deze ruimte dat er ongeveer als de andere Ostiaanse mithraea moet hebben uitgezien.
Vrije reconstructie van het mithraeum (tempel voor Mithraïsme) met reproductie van het vloermozaïek van het mithraeum van Felicissimus