Deze domus was in de tweede helft van de 3e eeuw n.Chr. het resultaat van een verbouwing van de begane grond van een voormalig huis (insula) uit de tijd van Hadrianus (ca. 130 n.Chr.). Zowel de oorspronkelijke entree (A) met bakstenen halve kolommen als de oorspronkelijke indeling rondom een gang (B) waar de andere kamers op uitkwamen, bleven nagenoeg ongewijzigd. Het hoofdgedeelte van de domus, aan de noordzijde, bestond uit een voorkamer (C) en een grote zaal (D), waarvan de ingang in de meest recente fase werd gemonumentaliseerd met de toevoeging van twee marmeren zuilen. Ook de aanleg van nieuwe marmeren vloeren in beide kamers dateert uit deze fase. Een ondergrondse ruimte (E), die wij kunnen interpreteren als een regenwateropslag of meer waarschijnlijk een voeselvoorraadruimte, werd bereikt via een trap in de grote zaal.