Dit luxe aristocratische huis werd in de loop van de 3e eeuw n.Chr in opeenvolgende fasen gebouwd. Men kwam er binnen via een monumentale entree (het prothyrum) met marmeren zuilen en fronton (A), waarop de naam van de eigenaren was geschreven en die in de oudheid is gewist. Het huis had een centrale binnenplaats (B) met een aan twee zijden versierd nymphaeum (C) met een apsisfront en nissen die uitkijken op de vestibule, en een voorgevel met aedicules en marmeren frontons gericht op de grote zaal (D). Deze laatste had twee kolommen bij de ingang en was geplaveid met marmeren platen. Ook de prestigieuze kamers van het huis hadden vergelijkbare, gedeeltelijk hergebruikte vloerbedekkingen. Vanaf de binnenplaats had men toegang tot een kleine ondergrondse ruimte (E) met nissen en een waterput wat mogelijk een thuisheiligdom was.