Deze weelderige openbare baden (de grootste in de stad) die rond 160 n.Chr., werden gebouwd door Marcus Gavius Maximus, prefect van het praetorium van Antoninus Pius, werden in de 4e en 5e eeuw n.Chr. ingrijpend gerenoveerd en kregen onder andere een monumentale ingang aan de Via della Forica (A). Via de vestibules (B) bereikte men de apodyteria (kleedkamers) (C) en een groot frigidarium (kamer voor koude baden) (D) met hoge kruisgewelven. De verwarmde vertrekken waren op het zuiden gericht voor een maximale blootstelling aan de zon. De eerste achthoekige kamer was waarschijnlijk een heliocaminus (ruimte om te zonnebaden) (E) en werd gevolgd door een laconicum (ruimte voor zweetbaden) (F) en lauwwarme (G) en hete (H) vertrekken. De rijke marmeren decoratie van het gebouw dateert uit de restauraties van de 4e eeuw n.Chr.,