Dankzij de inscriptie die vandaag nog steeds zichtbaar is boven de ingang, weten we dat de eigenaren van deze horrea (pakhuizen) Epagathus en Epaphroditus heetten en waarschijnlijk twee vrijgelatenen van Griekse afkomst waren. Het gebouw is een gebouw van metselwerk uit het midden van de 2e eeuw n.Chr. Via een prachtig portaal van gele en rode bakstenen bereikte men een binnenplaats met portico met mozaïekvloer en twee aedicules met beeldjes van de godheden Fortuna en Venus. Op de binnenplaats kwamen zestien kamers uit, waarvan de grootste, in het midden van de oostzijde, waarschijnlijk het kantoor was. Het pakhuis telde minimaal twee verdiepingen die via een interne trap konden worden bereikt. De aanwezigheid van een dubbele toegangsdeur en extra deuren in overeenstemming met de trap doet vermoeden dat het een depot voor kostbare goederen was.