De verwarmde vertrekken (D-F) van deze privébaden uit de tijd van Hadrianus (117-138 n.Chr.), waren ondergebracht in het zuidelijke gedeelte, terwijl we in het noordelijke deel de grote zaal (B) vinden, die door twee kolommen gescheiden was van het frigidarium (kamer voor de koude baden) dat een figuratief mozaïek (C) had en een kamer die later werd aangepast voor de christelijke cultus. De baden bevatten ook dienstvertrekken met in één ervan het scheprad (noria) dat het water opvoerde uit de ondergrond (G). Een buitentrap leidde naar een ondergronds dienstgebied van de baden, waarin een mithraeum (H) was geïnstalleerd. De podia (zijbanken) en de twee pilaartjes die de piramides ondersteunden die de steen symboliseerden waaruit Mithras werd geboren, zijn bewaard gebleven. Achterin stond het cultusbeeld van Mithras die de stier doodt. Nu staat er een afgietsel van, terwijl het origineel in het Museo Ostiense wordt bewaard.