Dit enorme gebouwencomplex aan de Tiber dat wordt toegeschreven aan het gilde van graanwegers (mensores), bestond uit een horreum (pakhuis) (A), een vergaderruimte (B) en een tempel (C) en werd gebouwd rond 112 n.Chr., in de tijd van Trajanus. De horreum werd gekenmerkt door een lange centrale binnenplaats waaraan de cellae (opslagruimtes) en grotere vertrekken lagen. Het is mogelijk dat in deze kamers de hoofdactiviteit van de mensores, het wegen en de kwaliteitscontrole van het graan plaatsvond. In een ommuurde ruimte in het zuidelijke deel van het complex stond een tempel met vier zuilen aan de voorzijde, een bakstenen cella en een vergaderzaal, waarvan de mozaïekvloer, die dateert uit de eerste helft van de 3e eeuw n.Chr., nog de afbeelding van de activiteiten van de mensores heeft behouden.