Deze rijke domus werd in de tweede helft van de 4e eeuw n.Chr. gebouwd op een plek waar eerder twee gebouwen uit het begin van de 2e eeuw n.Chr. stonden. Het is toegankelijk via een binnenplaats (A) die het huis licht gaf en een marmeren nymphaeum met nissen heeft. Een grote kamer (B) waarvan de vloer en wanden versierd zijn met inlegwerk in opus sectile dat ook in andere kamers van de domus bewaard is gebleven, kijkt door een triforium uit op de binnenplaats. Door een gang met portico's bereikt men de binnenste kamers van het huis. De gevel die uitkijkt op de Decumanus wordt verfraaid door een grote vestibule, verdeeld in twee ruimtes (C-D), oorspronkelijk versierd met muurschilderingen met taferelen uit het plattelandsleven.