Dit gebouw wordt traditioneel beschouwd als een vleesmarkt (hoewel recente studies de functie ervan in twijfel hebben getrokken) en bevindt zich op een van de belangrijkste kruispunten van de stad. Het verrijst rondom een binnenplaats, waarvan het metselwerk grotendeels uit het midden van de 2e eeuw n.Chr. stamt. De vloer en het centrale bassin zijn gemaakt van hergebruikt marmer en dateren uit een latere fase (4e eeuw n.Chr.), net als het podium met zuilengalerij achterin de binnenplaats en de bijbehorende gevel met nissen, misschien een nymphaeum. Het zogenaamde Macellum is toegankelijk vanaf de Decumanus via een ingang met zuilen, waarnaast in de 3e eeuw n.Chr. twee tabernae (winkels) werden ingericht met verkoopbalies en marmeren kuipen. In de kamer aan de linkerkant zien we een mozaïek van een dolfijn die in een vis bijt, met de tekst "inbide te calco" ("jaloers schepsel, ik vertrap je"), omdat men dacht dat dolfijnen de visserij verstoorden.