Het complex dat afwisselend wordt geïnterpreteerd als een statige domus of collegiale zetel is het resultaat van de late verbouwing (4e eeuw n.Chr.) van een eerder gebouw uit de 2e eeuw n.Chr. Het verrees aan het einde van en bovenop de Decumanus en een dijk uit de vroeg keizerlijke periode die de kust moest beschermen tegen de zee. Het complex, dat slechts gedeeltelijk aan het licht is gebracht, toont ons een grote binnenplaats met ten minste twee zijden met zuilen, waarop verschillende kamers uitkwamen. In de grote zaal is in ingestorte staat een uitzonderlijke wanddecoratie gevonden met marmeren inlegwerk (opus sectile), met geometrische, plantaardige en figuratieve motieven. De aanwezigheid van het portret van een bebaarde man met opgeheven rechterhand en een nimbus (aureool) heeft geleid tot de hypothese dat dit een christelijk gebouw of de zetel van een heidense filosofische sekte zou kunnen zijn geweest.
Reliëf met afbeelding van het atelier van een marmorarius van de Necropolis van Porto op Isola Sacra