De synagoge van Ostia werd tegen het midden van de 1e eeuw n.Chr. gebouwd voor de plaatselijke Joodse gemeenschap en is een van de oudste synagoges in de westelijke Middellandse Zee. Het gebouw, dat in de 4e eeuw n.Chr. volledig werd gerestaureerd, was toegankelijk via een vestibule (A) die naar het gedeelte voerde dat was gereserveerd voor de cultus en het gebed. De gebedsruimte (C), had een ingang met zuilen (B) en achterin stond een bimah (D), een verhoogd platform voor het lezen van de teksten van de Thora (Wet), dat in de richting van Jeruzalem kijkt. Aan de ingangszijde stond de aedicula (E) voor de Thorarollen, met daarboven draagstenen versierd met de afbeelding van de zevenarmige kandelaar (menora). De grote aangrenzende kamer (F), met banken langs de wanden, diende wellicht voor vergaderingen of het onderwijs, terwijl een andere kamer (G), met oven en balie, diende voor de bereiding van ongezuurd brood.
Olielamp met voorstelling van menora afkomstig van de opgravingen van Ostia antica
(Ostia-magazijnen)